/ ‘Ouderenmishandeling komt vaker voor dan we denken’

StopHuiselijkGeweld.nu is er voor inwoners van de Noordoostpolder en Urk. Bel bij (een vermoeden van) huiselijk geweld naar 088 966 52 32.

In verband met de privacy hebben we voor een fictieve naam gekozen.

Meneer van der Berg (86): ‘Mijn zoon stond na zijn scheiding op straat en kon alleen bij mij terecht, zei hij. Wat doe je als ouder wanneer je volwassen kind met tas vol kleren op de stoep staat? Tuurlijk laat je hem binnen, je geeft hem te eten en zorgt ervoor dat hij zich weer kan opladen.

Hij bleef een weekje, zodat hij orde op zaken kon stellen. Een nieuw huis kon regelen en afspraken met zijn ex-partner kon maken. Maar een week werd een maand en een maand werd een jaar. Het ging niet goed met hem. Hij dronk te veel en gokte, al kwam ik daar pas veel later achter. Daar lag hij dan…op de bank, voor zich uit starend en met bonkende hoofdpijn. Of hij wat geld mocht lenen voor paracetamol. Daar begon het mee. Naarmate de weken vorderden ging hij er steeds vaker met mijn pinpas vandoor. Hij ging boodschappen doen, maar als ik samen met mijn dochter, die me helpt bij de boekhouding, op mijn bankrekening keek zag ik dat hij er veel meer geld vanaf haalde. Eerst waren het tientjes. Daarna honderden euro’s.

Aangifte doen

Mijn dochter sprak hem erop aan en hij ontkende. Soms ruzieden ze samen op de gang. De sfeer was niet fijn. Ik was doodmoe, kreeg er de zenuwen van en schaamde me voor mijn situatie. Een vriend, die ik het probleem toevertrouwde, zei dat ik aangifte moest doen bij de politie. “Dat nooit, het is mijn kind” zei ik tegen hem. Ik trok me steeds meer terug en volgens mijn dochter werd ik vergeetachtig, terwijl ik juist zo pienter ben voor mijn leeftijd. Ze nam me mee naar StopHuiselijkGeweld.nu. Hier sprak ik met een hulpverlener die mijn gevoel begreep. Ze luisterende en dacht met me mee. Ze kwam regelmatig bij me thuis om over het probleem te praten. Ik wist dat ik mijn zoon voor een ultimatum moest stellen, maar ik durfde het niet. Ik was bang voor hem.

Ander huis

De hulpverlener dacht met me mee en verwees mijn zoon door naar een andere hulpverlener. Hij heeft slechts een keer een gesprek gehad. Hij had er geen behoefte aan, zei hij. Uiteindelijk hielp de hulpverlener me bij het vinden van een ander huis. Doordat ik steeds slechter liep werd het lastiger om de steile trappen in mijn huis te lopen. Een appartement met zorg en sociale activiteiten in de buurt zouden beter zijn. Omdat het appartement maar één slaapkamer had kon mijn zoon niet mee. En zo geschiedde. In mijn nieuwe appartement ben ik tot rust gekomen, ik heb goed contact met mijn buren en mijn zoon, die inmiddels ergens anders onder dak heeft gevonden, wordt hier niet toegelaten. Het is een verdrietige situatie, maar dit was achteraf de beste oplossing voor iedereen.’

Hulpverlener biedt luisterend oor

”Ouderenmishandeling komt veel voor”, vertelt de hulpverlener. “Meestal gebeurt het door kinderen en/of kleinkinderen en is de oudere niet bereid om aangifte te doen. Als hulpverlener begrijpen we dat mensen een loyaliteitsprobleem hebben. In deze situatie luisterden we naar het verhaal van meneer en lieten we merken dat we naast hem stonden. Stapje voor stapje werd voor hem duidelijk dat de situatie onhoudbaar was en dat hij voor zichzelf moest kiezen. Door -heel creatief- een andere woning voor hem te vinden, hoefde hij de confrontatie met zijn zoon niet aan.’