/ ‘Zorgbemiddeling kan helpen bij moeilijke keuzes’

Op het snijvlak van zelfstandig thuis wonen en wonen in een woonzorgcentrum of verpleeglocatie opereert het zorgbemiddelingsteam van ZONL: Gretha Rook, Sonja Slagter en Wendy van den Berg. Zij zijn het eerste aanspreekpunt voor families als er vragen zijn over de verhuizing naar een woonzorgcentrum of verpleeghuis. Maar tegelijk zijn de zorgbemiddelaars een belangrijke informatiebron voor de verpleegkundigen en verzorgenden. Een portret.

“Simpel gezegd helpen wij iemand op de best passende plek te krijgen bij de voorzieningen binnen de waardeketen Wonen en zorg,’ opent Sonja het gesprek. “We worden gebeld door de huisarts of het ziekenhuis voor tijdelijke of vaste plaatsing in één van onze locaties. En vaak nemen families zelf contact met ons op voor een huisbezoek waarbij we vertellen wat de mogelijkheden zijn. Andersom leiden we ook families rond om onze woonzorgcentra te tonen. Want de stap en impact van ‘thuis wonen’ naar ‘ergens anders gaan wonen’ ervaart ieder mens weer anders.”

Voorkomen

In hun werk komen de zorgbemiddelaars steeds vaker schrijnende situaties tegen en  soms ook ontroerende. “Het zo lang mogelijk thuis wonen wringt soms met de werkelijke behoefte of beperkingen die er zijn,” zegt Gretha. Sonja vult haar aan: “Het is natuurlijk prachtig als het goed gaat thuis, maar valt ineens je partner als mantelzorger weg of verslechtert de gezondheid snel, dan blijkt acuut de nood aan de man. Men redt het dan niet meer alleen met de inzet van wijkverpleging thuis.” Gretha: ‘We gaan altijd eerst in gesprek: wat is er aan de hand? Waarom gaat het niet meer? Als het kan gaan we op huisbezoek of als er al een plek van voorkeur is, nodigen we de zorgvrager met familie/mantelzorg uit op locatie. We doen ons uiterste best de potentiële bewoner zo goed mogelijk te begeleiden.”

Team Zorgbemiddeling v.l.n.r.: Sonja Slagter, Gretha Rook en Wendy van den Berg (vanaf 2020 is Ellen Ras aangesloten)

De zorgbemiddelaars proberen te voorkomen dat mensen met spoed moeten worden opgenomen. Als urgentie geldt, hebben zij namelijk geen invloed meer op waar de zorgvrager terecht komt. Ook kinderen zien het vaak te lang aan bij hun ouders. Het is natuurlijk ook moeilijk als het ouderlijk huis, waar je misschien als kind zelf ook nog gewoond hebt, moet inruilen voor een plekje in een woonzorgcentrum. En men wil ouders ook niet ongelukkig zien in een nieuwe omgeving. Wendy: “We willen juist vroegtijdig aanschuiven. Liefst met de kinderen erbij en de collega’s van de wijkverpleging.”

'We proberen mensen meteen op de goede plek te krijgen'

Overbelast

Een belangrijk signaal dat de nood hoog is, is als de mantelzorgers er doorheen zitten. Ruim de helft van de mantelzorgers is overbelast. Sonja: “Je gaat lang door als mantelzorger totdat het niet meer kan. Als iemand verward raakt en ’s nachts gaat rommelen dan kun je beter meteen hulp inschakelen want dat houdt niemand vol.” Haar twee collega’s beamen dit volmondig. En een rondleiding door één van de woonzorglocaties kan al zeer verhelderend werken. “Soms zijn de mensen aangenaam verrast als ze een bezoek brengen,” vertelt Sonja. “Dan blijkt het minder erg dan ze gedacht hadden.” Gretha: ”Neem nu mensen met PG-problematiek en dementie. Als ze met hun familie sfeer komen proeven kun je ook samen met de kinderen kijken waar iemand écht op z’n plek is. Mensen die nog vief zijn en graag de benen strekken hebben baat bij lange gangen en open ruimtes. Mensen met weinig bewegingsmogelijkheden zijn juist heel erg op hun gemak in een kleinschalige woonplek.”